Edomiet

afbreking: Edo·miet [ ? ]
lidwoord: de  
meervoud: Edo·mie·ten  
herkomst: Hebreeuws-Nederlands (gangbare versie) [ ? ]
letterlijk: afleiding van 'Edom';  

  lid van het volk en inwoner van het gebied Edom(2)-2 (11x: Deut. 23:8, 1 Sam. 21:8 +, 1 Kon. 11:14 +, 2 Kon. 16:6, Ps. 52:2, 2 Kron. 25:14 +) [ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-