Ekron

Ekron (1)

afbreking: Ekron [ ? ]
  [uitspraak: Èkron] [ ? ]
herkomst: Hebreeuws (transcriptieversie) [ ? ]

  een van de vijf steden van de Filistijnen (22x: Joz. 13:3 +, Recht. 1:18, 1 Sam. 5:10 +, 2 Kon. 1:2 +, Jer. 25:20, Am. 1:8, Sef. 2:4, Zach. 9:5 +) [ ? ]

  Ekron  
verwant: Hebreeuws-Nederlands (gangbare versie): Ekron(2) [ ? ]
zie ook: Ekroniet  

Ekron (2)

afbreking: Ekron [ ? ]
herkomst: Hebreeuws-Nederlands (gangbare versie) [ ? ]

  een van de vijf steden van de Filistijnen (22x: Joz. 13:3 +, Recht. 1:18, 1 Sam. 5:10 +, 2 Kon. 1:2 +, Jer. 25:20, Am. 1:8, Sef. 2:4, Zach. 9:5 +) [ ? ]

verwant: Hebreeuws (transcriptieversie): Ekron [ ? ]
zie ook: Ekroniet  

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-