Elim

afbreking: Elim [ ? ]
herkomst: Hebreeuws-Nederlands (gangbare versie) [ ? ]
letterlijk: 'grote (eiken)bomen';  

  oase, halteplaats van de Israëlieten tijdens hun tocht uit Egypte naar Kanaän (6x: Ex. 15:27 +, Num. 33:9 +) [ ? ]

verwant: Hebreeuws (transcriptieversie): Eliem [ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-