Enakiet

afbreking: Ena·kiet [ ? ]
lidwoord: de  
meervoud: Ena·kie·ten  
herkomst: Hebreeuws-Nederlands (gangbare versie) [ ? ]
letterlijk: afleiding van 'Anak/Enak';  

  volk van reuzen dat bij de komst van de Israëlieten in Kanaän-2 woont, met name rondom Hebron-1 (9x: Deut. 1:28 +, Joz. 11:21 +) [ ? ]

verwant: Hebreeuws (transcriptieversie): Anakiet [ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-