erev

afbreking: erev [ ? ]
  [uitspraak: èrev] [ ? ]
lidwoord: de  
meervoud: ara·viem  
herkomst: Hebreeuws [ ? ]

  avond (nl. vooravond), dag ervoor [ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-