Esbaäl

afbreking: Es·ba·äl [ ? ]
herkomst: Hebreeuws-Nederlands (gangbare versie) [ ? ]
letterlijk: 'man van Baäl';  

  jongste zoon van koning Saul-1; na diens dood tot koning uitgeroepen door Abner; andere naam: Isboset (1 Kron. 8:33, 9:39) [ ? ]

verwant: Hebreeuws (transcriptieversie): Esjbaäl [ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-