esreg

afbreking: es·reg [ ? ]
  [uitspraak: esrəğ] [ ? ]
lidwoord: de  
meervoud: es·regs, es·ro·gem
[uitspraak: esrəğs, esroğəm]
 
herkomst: Jiddisj [ ? ]

  bepaalde citrusvrucht; een van de vier soorten planten (arbaä miniem) in de plantenbundel die wordt gebruikt op Soekot(2) [ ? ]

verwant: Hebreeuws: etrog [ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-