Ester

Ester (1)

afbreking: Es·ter [ ? ]
  [uitspraak: Es·teer] [ ? ]
herkomst: Hebreeuws (transcriptieversie) [ ? ]

 
  1. Jodin die koning Ahasveros zich tot vrouw kiest nadat hij koningin Wasti heeft verstoten; andere, Hebreeuwse naam: Hadassa-1 (55x: Est. 2:7 +);
  2. boek van het OT waarin deze Jodin hoofdpersoon is, gelezen op Poeriem; een afwijkende Griekse versie daarvan hoort tot de deuterocanonieke Bijbelboeken;
  3. vrouwelijke voornaam
[ ? ]

verwant: Hebreeuws-Nederlands (gangbare versie): Ester(2) [ ? ]
zie ook: Megilat Ester, Midrasj Ester, Taäniet Ester  

Ester (2)

afbreking: Es·ter [ ? ]
herkomst: Hebreeuws-Nederlands (gangbare versie) [ ? ]

 
  1. Jodin die koning Ahasveros zich tot vrouw kiest nadat hij koningin Wasti heeft verstoten; andere, Hebreeuwse naam: Hadassa-1 (55x: Est. 2:7 +);
  2. boek van het OT waarin deze Jodin hoofdpersoon is, gelezen op Poeriem; een afwijkende Griekse versie daarvan hoort tot de deuterocanonieke Bijbelboeken;
  3. vrouwelijke voornaam
[ ? ]

verwant: Hebreeuws (transcriptieversie): Ester [ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-