faixa

afbreking: faixa [ ? ]
  [uitspraak: faisjə] [ ? ]
lidwoord: de  
meervoud: faixes
[uitspraak: faisjəs]
 
herkomst: Portugees [ ? ]

  lange, smalle doek waarmee de twee delen van de Torarol bijeengehouden worden [ ? ]

zie ook: mapa, matles, sandaal  

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-