falafel

afbreking: fa·la·fel [ ? ]
  [uitspraak: falàfel] [ ? ]
lidwoord: de  
meervoud: fa·la·fels
[uitspraak: falàfels]
 
herkomst: Arabisch [ ? ]

  gerecht bestaand uit gefrituurde balletjes van gemalen kekererwten, gewoonlijk in een broodje [ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-