farizeeën

afbreking: fa·ri·zee·ën [ ? ]
lidwoord: de  
herkomst: Hebreeuws-Nederlands [ ? ]

  religieuze en politieke joodse groepering van de 2de eeuw v.C. tot de 1ste eeuw n.C., waaruit het latere rabbijnse jodendom is voortgekomen, in een aantal opzichten staand tegenover de sadduceeën (98x in NT) [ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-