Gichon

Gichon (1)

afbreking: Gi·chon [ ? ]
  [uitspraak: Ğichon] [ ? ]
herkomst: Hebreeuws (transcriptieversie) [ ? ]

 
  1. een van de vier rivieren van het paradijs (Gen. 2:13);
  2. bron in het dal van de Kidron bij Jeruzalem-1 (5x: 1 Kon. 1:33 +, 2 Kron. 32:30 +)
[ ? ]

verwant: Hebreeuws-Nederlands (gangbare versie): Gichon(2) [ ? ]

Gichon (2)

afbreking: Gi·chon [ ? ]
herkomst: Hebreeuws-Nederlands (gangbare versie) [ ? ]

 
  1. een van de vier rivieren van het paradijs (Gen. 2:13);
  2. bron in het dal van de Kidron bij Jeruzalem-1 (5x: 1 Kon. 1:33 +, 2 Kron. 32:30 +)
[ ? ]

verwant: Hebreeuws (transcriptieversie): Gichon [ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-