hagode

afbreking: ha·go·de [ ? ]
  [uitspraak: hağodə] [ ? ]
lidwoord: de  
meervoud: ha·go·des
[uitspraak: hağodəs]
 
herkomst: Jiddisj [ ? ]

 
  1. verhaal van de uittocht uit Egypte dat op seideravond wordt verteld;
  2. boekje met dat verhaal waaruit op seideravond wordt gelezen
[ ? ]

verwant: Hebreeuws: hagada [ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-