Hagomeel

afbreking: Ha·go·meel [ ? ]
  [uitspraak: hağomeel] [ ? ]
lidwoord: het  
herkomst: Hebreeuws [ ? ]
letterlijk: 'Die (weldaden) bewijst';  

  beginwoord, tevens naam van een zegenspreuk die wordt gezegd als men is ontkomen aan een groot gevaar, zoals een gevaarlijke reis of een ernstige ziekte [ ? ]

zie ook: gomeel  

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-