haman

afbreking: ha·man [ ? ]
lidwoord: de  
meervoud ha·mans  
herkomst: Hebreeuws-Nederlands [ ? ]
letterlijk: in het Perzisch 'de grote';  

  antisemiet [ ? ]

verwant: homen [ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-