Hasjeem

afbreking: Ha·sjeem [ ? ]
herkomst: Hebreeuws [ ? ]
letterlijk: 'de Naam';  

  benaming voor God [ ? ]

spelling: spelling elders: Hashem  
zie ook: baroech Hasjeem, beëzrat Hasjeem, chiloel Hasjeem, kidoesj Hasjeem, sjeem  

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-