Hasor

afbreking: Ha·sor [ ? ]
herkomst: Hebreeuws-Nederlands (gangbare versie) [ ? ]
letterlijk: 'omheinde plaats';  

 
  1. oude Kanaänitische hoofdplaats ten noorden van het Meer van Kinneret (12x: Joz. 11:1 +, Recht. 4:2 +, 1 Sam. 12:9, 1 Kon. 9:15, 2 Kon. 15:29);
  2. plaats in het zuiden van het gebied van Juda-3 (Joz. 15:23);
  3. plaats in het zuiden van het gebied van Juda-3; andere naam: Keriot-Chesron (Joz. 15:25);
  4. plaats ten noorden van Betel; andere naam: Baäl-Chasor (Neh. 11:33);
  5. (verzamelnaam voor) Arabische, niet-nomadische stammen (Jer. 49:28, 49:30, 49:33);
  6. tel op de plaats van Hasor-1 in het huidige Israël-7
[ ? ]

  Hasor  
verwant: Hebreeuws (transcriptieversie): Chatsor [ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-