Hebron

afbreking: He·bron [ ? ]
herkomst: Hebreeuws-Nederlands (gangbare versie) [ ? ]
letterlijk: '(plaats van) bondgenootschap';  

 
  1. stad in het berggebied van Juda-3, ten zuiden van Jeruzalem-1; eerdere naam: Kirjat-Arba-1 (56x: Gen. 13:18 +, Num. 13:22 +, Joz. 10:3 +, Recht. 1:10 +, 1 Sam. 30:31, 2 Sam. 2:3 +, 1 Kon. 2:11, 1 Kron. 2:42 +, 2 Kron. 11:10);
  2. afstammeling van Levi-1, zoon van Kehat(2) (7x: Ex. 6:18, Num. 3:19, 1 Kron. 5:28 +);
  3. voortzetting van Hebron-1 in het huidige Israël-7
[ ? ]

  Hebron  
verwant: Hebreeuws (transcriptieversie): Chevron [ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-