Hevel

afbreking: He·vel [ ? ]
  [uitspraak: Hèvel] [ ? ]
herkomst: Hebreeuws (transcriptieversie) [ ? ]
letterlijk: 'zuchtje';  

 
  1. tweede zoon van Adam-1 en Eva-1; wordt gedood door zijn broer Kaïn-1 (8x: Gen. 4:2 +; Griekse vorm 4x in NT);
  2. mannelijke voornaam
[ ? ]

verwant: Hebreeuws-Nederlands (gangbare versie): Abel [ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-