hifil

afbreking: hi·fil [ ? ]
  [uitspraak: hifiel] [ ? ]
lidwoord: de  
meervoud: hi·fils
[uitspraak: hifiels]
 
herkomst: Hebreeuws [ ? ]

  bepaalde stamvorm van werkwoorden (grammaticale term) [ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-