iar

afbreking: iar, iar [ ? ]
herkomst: Hebreeuws [ ? ]

  tweede maand van joodse jaar, in april-mei, achtste maand bij telling vanaf Rosj Hasjana [ ? ]

spelling: spelling elders: Ijar  

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-