Isboset

afbreking: Is·bo·set [ ? ]
herkomst: Hebreeuws-Nederlands (gangbare versie) [ ? ]
letterlijk: 'man van schaamte/schande';  

  jongste zoon van koning Saul-1; na diens dood roept Abner hem tot koning uit; andere naam: Esbaäl (11x: 2 Sam. 2:8 +) [ ? ]

verwant: Hebreeuws (transcriptieversie): Iesj Bosjet [ ? ]
zie ook: Jerubbeset, Mefiboset  

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-