isroe chag

afbreking: is·roe chag [ ? ]
  [uitspraak: iesroe chağ] [ ? ]
herkomst: Hebreeuws [ ? ]
letterlijk: 'bindt het feest vast';  

  benaming voor de dag na Pesach, Sjavoeot en Soekot(2) [ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-