Izevel

afbreking: Ize·vel [ ? ]
  [uitspraak: Izèvel] [ ? ]
herkomst: Hebreeuws (transcriptieversie) [ ? ]

  dochter van koning Etbaäl van Sidon, vrouw van koning Achab-1 van Israël-4 (22x: 1 Kon. 16:31 +, 2 Kon. 9:7 +) [ ? ]

verwant: Hebreeuws-Nederlands (gangbare versie): Izebel [ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-