Jabok

afbreking: Ja·bok [ ? ]
  [uitspraak: Jà·bok] [ ? ]
lidwoord: de  
herkomst: Hebreeuws (transcriptieversie) [ ? ]

  oostelijke zijrivier van de Jordaan (7x: Gen. 32:23, Num. 21:24, Deut. 2:37 +, Joz. 12:2, Recht. 11:13 +) [ ? ]

  Jabok  
verwant: Hebreeuws-Nederlands (gangbare versie): Jabbok [ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-