jad

afbreking: jad [ ? ]
lidwoord: de  
meervoud: jads  
herkomst: Hebreeuws/Jiddisj [ ? ]
letterlijk: 'hand';  

 
  1. aanwijzer bij het voorlezen van de Tora;
  2. gedenkteken
[ ? ]

verwant: Bargoens: jat [ ? ]
spelling: spelling elders: Yad  
zie ook: ponteiro  

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-