Jahweh, Jahwe

afbreking: Jah·weh, Jah·we, Jah·weh, Jah·we [ ? ]
  [uitspraak: Jawè, Jawè] [ ? ]
herkomst: Hebreeuws [ ? ]

  bepaalde christelijke interpretatie van de vier medeklinkers van de Hebreeuwse naam van God, die door joden en verscheidene anderen niet wordt uitgesproken [ ? ]

spelling: 'Jahweh, Jahwe' is een weergavevariant (zie help 7.1.5)  
zie ook: Jehova, JHWH  

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-