Jam Hamelach

afbreking: Jam Ha·me·lach [ ? ]
  [uitspraak: Hàmèlach] [ ? ]
herkomst: Hebreeuws (transcriptieversie) [ ? ]
letterlijk: 'zee van het zout';  

  zee aan de oostkant van het gebied van Juda-3, waarin de Jordaan uitmondt; in vertalingen: Zoutzee, Dode Zee (9x: Gen. 14:3, Num. 34:3, 34:12, Deut. 3:17, Joz. 3:16 +) [ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-