Jarchei Kallo

afbreking: Jar·chei Kal·lo [ ? ]
  [uitspraak: Jarchee] [ ? ]
herkomst: Asjkenazisch Hebreeuws [ ? ]
letterlijk: 'maanden van de kala';  

  orthodoxe 'lerndriedaagse' van Agoedas Jisroëil ter bevordering van Torastudie, met in de naam een verwijzing naar de 'kala', de halfjaarlijkse bijeenkomst, in de maanden adar en eloel, van geleerden in het oude Babylonië [ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-