Jefunne

afbreking: Je·fun·ne [ ? ]
herkomst: Hebreeuws-Nederlands (gangbare versie) [ ? ]

 
  1. vader van Kaleb; hoort evenals Jozua-1 tot de twaalf verkenners van het land Kanaän-2 (15x: Num. 13:6 +, Deut. 1:36, Joz. 14:6 +, 1 Kron. 4:15 +);
  2. afstammeling van Aser-1, zoon van Jeter (1 Kron. 7:38)
[ ? ]

verwant: Hebreeuws (transcriptieversie): Jefoene [ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-