Jehova

afbreking: Je·ho·va [ ? ]
herkomst: Hebreeuws-Nederlands [ ? ]

  bepaalde christelijke interpretatie van de vier medeklinkers van de Hebreeuwse naam voor God, die door joden en verscheidene anderen niet wordt uitgesproken [ ? ]

zie ook: Jahweh, Jahwe, JHWH  

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-