Jeroesjalajim

afbreking: Je·roe·sja·la·jim [ ? ]
  [uitspraak: Jəroesjalajiem] [ ? ]
herkomst: Hebreeuws (transcriptieversie) [ ? ]
letterlijk: 'stichting door (god) Sjalem/Salem', volgens een populaire verklaring 'stichting van vrede';  

 
  1. stad op de grens van de gebieden van Benjamin-3 en Juda-3; David-1 verovert deze op de Jebusieten en maakt haar tot bestuurlijk en godsdienstig middelpunt van het twaalfstammenrijk (641x: Joz. 10:1 +, Recht. 1:7 +, 1 Sam. 17:54, 2 Sam. 5:5 +, 1 Kon. 2:11 +, 2 Kon. 8:17 +, Jes. 1:1 +, Jer. 1:3 +, Ez. 4:1 +, Joël 3:5 +, Am. 1:2 +, Ob. 11 +, Mi. 1:1 +, Sef. 1:4 +, Zach. 1:12 +, Mal. 2:11 +, Ps. 51:20 +, Hoogl. 1:5 +, Pr. 1:1 +, Klaagl. 1:7 +, Est. 2:6, Dan. 1:1 +, Ezra 1:2 +, Neh. 1:2 +, 1 Kron. 3:4 +, 2 Kron. 1:4 +; Griekse vorm 139x in NT);
  2. hoofdstad van de huidige staat Israël-8
[ ? ]

  Jeroesjalajim  
verwant: Hebreeuws-Nederlands (gangbare versie): Jeruzalem [ ? ]
zie ook: Jom Jeroesjalajim  

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-