Jerubbaäl

afbreking: Je·rub·ba·äl [ ? ]
herkomst: Hebreeuws-Nederlands (gangbare versie) [ ? ]

  andere naam van Gideon-1, afstammeling van Manasse, zoon van Joas(2)-1, een van de rechters (leiders) van Israël-3; hij krijgt de naam Jerubbaäl, als hij het altaar van Baäl-1 heeft gesloopt; variant daarvan: Jerubbeset (14x: Recht. 6:32 +, 1 Sam. 12:11) [ ? ]

verwant: Hebreeuws (transcriptieversie): Jeroebaäl [ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-