Jizkor

afbreking: Jiz·kor, Jiz·kor [ ? ]
  [uitspraak: Jiezkor, Jiezkor] [ ? ]
lidwoord: het  
meervoud: Jiz·ko·riem, Jiz·kors
[uitspraak: Jiezkoriem, Jiezkors]
 
herkomst: Hebreeuws [ ? ]
letterlijk: 'moge Hij gedenken (de ziel van ?)';  

  beginwoord, tevens naam van gebed ter herdenking van een dode, voorkomend in de ochtenddienst van verschillende feestdagen na de Toralezing [ ? ]

verwant: Asjkenazisch Hebreeuws: Jizkour [ ? ]
zie ook: hazkarat nesjamot  

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-