Job

afbreking: Job [ ? ]
herkomst: Hebreeuws-Nederlands (gangbare versie) [ ? ]
letterlijk: 'vijandig behandeld/handelend';  

 
  1. man uit het land Us, die trouw is aan God, maar aan wie alles wordt ontnomen, waarna hij tot inzicht probeert te komen (58x: Job 1:1 +, Ez. 14:14 +);
  2. boek van het OT waarin deze man hoofdpersoon is, dat wordt gerekend tot de wijsheidsliteratuur van de Bijbel (zie: chochma);
  3. mannelijke voornaam
[ ? ]

verwant: Hebreeuws (transcriptieversie): Iov [ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-