jodin

afbreking: jo·din [ ? ]
lidwoord: de  
meervoud: jo·din·nen  
herkomst: Nederlands [ ? ]

  volgens de joodse traditie een vrouw die geboren is uit een joodse moeder; verder een vrouw die is toegetreden tot het jodendom; ook een vrouw die het joodse geloof belijdt [ ? ]

zie ook: jood  

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-