Jojachin

afbreking: Jo·ja·chin [ ? ]
herkomst: Hebreeuws-Nederlands (gangbare versie) [ ? ]
letterlijk: 'de Heer heeft gevestigd';  

  zoon en opvolger van koning Jojakim van Juda-4; wordt weggevoerd naar Babel-2; andere namen: Jehojachin, Jechonjahu, Jechonja(2), Konjahu (Ez. 1:2) [ ? ]

verwant: Hebreeuws (transcriptieversie): Jojachien [ ? ]
zie ook: Jehojachin, Jojachin  

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-