Jomkipper

afbreking: Jom·kip·per [ ? ]
herkomst: Jiddisj [ ? ]

  Grote Verzoendag, op 10 tisjri, dag van vasten en boetedoening [ ? ]

verwant: Hebreeuws: Jom Kipoer;
Asjkenazisch Hebreeuws: Joum Kippoer
[ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-