Jonatan

Jonatan (1)

afbreking: Jo·na·tan [ ? ]
herkomst: Hebreeuws (transcriptieversie) [ ? ]
letterlijk: 'de Heer heeft gegeven';  

 
  1. zoon van Saul-1, vriend van David-1; andere naam: Jehonatan-2 (30x: 1 Sam. 13:2 +, 1 Kron. 10:2);
  2. zoon van de priester Abjatar-1, samen met Achimaäs-2 boodschapper voor David-1; andere naam: Jehonatan-3 (1 Kon. 1:42, 1:43);
  3. zoon van Kareach, broer van Jochanan-3, bevelhebber in de tijd van Gedalja-1 (Jer. 40:8);
  4. vader van Ebed (Ezra 8:6);
  5. zoon van Asaël-2; verzet zich tegen de ontbinding van huwelijken met uitheemse vrouwen (Ezra 10:15);
  6. zoon van Jojada-2, vader van Jaddua, priester; mogelijk identiek met Jehochanan-1 en Jochanan-3 (Neh. 12:11);
  7. hoofd van de priesterlijke familie Melichu (Neh. 12:14);
  8. nakomeling van Asaf-2, zoon van Semaja-12, vader van Zecharja-12 (Neh. 12:35);
  9. afstammeling van Juda-1, zoon van Jada, vader van Pelet en Zaza (1 Kron. 2:32, 2:33);
  10. een van de helden van David-1, uit Harar; andere naam: Jehonatan-5 (1 Kron. 11:34);
  11. mannelijke voornaam
[ ? ]

verwant: Hebreeuws-Nederlands (gangbare versie): Jonatan(2) [ ? ]

Jonatan (2)

afbreking: Jo·na·tan [ ? ]
herkomst: Hebreeuws-Nederlands (gangbare versie) [ ? ]
letterlijk: 'de Heer heeft gegeven';  

 
  1. zoon van Saul-1, vriend van David-1; andere naam: Jehonatan-2 (30x: 1 Sam. 13:2 +, 1 Kron. 10:2);
  2. zoon van de priester Abjatar-1, samen met Achimaäs-2 boodschapper voor David-1; andere naam: Jehonatan-3 (1 Kon. 1:42, 1:43);
  3. zoon van Kareach, broer van Jochanan(2)-1, bevelhebber in de tijd van Gedalja(2)-1 (Jer. 40:8);
  4. vader van Ebed (Ezra 8:6);
  5. zoon van Asaël-2; verzet zich tegen de ontbinding van huwelijken met uitheemse vrouwen (Ezra 10:15);
  6. zoon van Jojada(2)-2, vader van Jaddua, priester; mogelijk identiek met Jehochanan-1 en Jochanan(2)-3 (Neh. 12:11);
  7. hoofd van de priesterlijke familie Melichu (Neh. 12:14);
  8. nakomeling van Asaf(2)-2, zoon van Semaja-12, vader van Zecharja-12 (Neh. 12:35);
  9. afstammeling van Juda-1, zoon van Jada, vader van Pelet en Zaza (1 Kron. 2:32, 2:33);
  10. een van de helden van David-1, uit Harar; andere naam: Jehonatan-5 (1 Kron. 11:34);
  11. mannelijke voornaam
[ ? ]

verwant: Hebreeuws (transcriptieversie): Jonatan [ ? ]
zie ook: Jehonatan, Jonatan  

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-