Josafat

afbreking: Jo·sa·fat [ ? ]
herkomst: Hebreeuws-Nederlands (gangbare versie) [ ? ]
letterlijk: 'de Heer heeft recht gesproken';  

 
  1. een van de helden van David-1, uit Meten (1 Kron. 11:43);
  2. priester die trompet speelt bij de komst van de verbondsark in Jeruzalem-1 (1 Kron. 15:24)
[ ? ]

verwant: Hebreeuws (transcriptieversie): Josjafat [ ? ]
zie ook: Jehosafat, Josafat  

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-