Josia

afbreking: Jo·sia [ ? ]
herkomst: Hebreeuws-Nederlands (gangbare versie) [ ? ]

  zoon van Sefanja-3, die is teruggekeerd uit de ballingschap in Babel-2 (Zach. 6:10) [ ? ]

verwant: Hebreeuws (transcriptieversie): Josjia [ ? ]
zie ook: Josiahu, Josia  

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-