Kaddesj

afbreking: Kad·desj [ ? ]
lidwoord: het  
herkomst: Jiddisj [ ? ]
letterlijk: 'heilig';  

  Aramees(2) gebed waarin Gods naam wordt geheiligd, in verschillende vormen en op verschillende plaatsen voorkomend in de synagogedienst, o.a. aan het eind van elke dienst en voorafgaand aan het Sjema; ook gezegd bij begrafenis en dodenherdenking [ ? ]

verwant: Aramees: Kaddiesj [ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-