kaffer

afbreking: kaf·fer [ ? ]
lidwoord: de  
meervoud: kaf·fers  
herkomst: Jiddisj-Nederlands [ ? ]

 
  1. lomperd, stommeling;
  2. zwarte Zuid-Afrikaan (vroeger)
[ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-