kalletje

afbreking: kal·le·tje [ ? ]
lidwoord: het  
meervoud: kal·le·tjes  
herkomst: Bargoens [ ? ]

 
  1. meisje, jonge meid;
  2. prostituee
[ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-