karaïtisch

afbreking: ka·ra·ï·tisch [ ? ]
vorm op -e: ka·ra·ï·ti·sche  
herkomst: Hebreeuws-Nederlands [ ? ]

  van of betreffende de karaïeten [ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-