Karmel

Karmel (1)

afbreking: Kar·mel [ ? ]
lidwoord: de  
herkomst: Hebreeuws (transcriptieversie) [ ? ]

 
  1. bergrug bij de Middellandse Zee, aan de zuidwestkant van de Kison (16x: Joz. 12:22 +, 1 Kon. 18:19 +, 2 Kon. 2:25 +, Jes. 33:9 +, Jer. 2:7 +, Am. 1:2 +, Nah. 1:4, Hoogl. 7:6);
  2. plaats in het gebied van Juda-3 (8x: Joz. 15:55, 1 Sam. 15:12, 2 Kron. 26:10)
[ ? ]

  Karmel  
verwant: Hebreeuws-Nederlands (gangbare versie): Karmel(2) [ ? ]

Karmel (2)

afbreking: Kar·mel [ ? ]
lidwoord: de  
herkomst: Hebreeuws-Nederlands (gangbare versie) [ ? ]

 
  1. bergrug bij de Middellandse Zee, aan de zuidwestkant van de Kison (16x: Joz. 12:22 +, 1 Kon. 18:19 +, 2 Kon. 2:25 +, Jes. 33:9 +, Jer. 2:7 +, Am. 1:2 +, Nah. 1:4, Hoogl. 7:6);
  2. plaats in het gebied van Juda-3 (8x: Joz. 15:55, 1 Sam. 15:12, 2 Kron. 26:10)
[ ? ]

verwant: Hebreeuws (transcriptieversie): Karmel [ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-