Karsena

afbreking: Kar·se·na [ ? ]
herkomst: Hebreeuws-Nederlands (gangbare versie) [ ? ]

  een van de zeven hooggeplaatste raadsheren van koning Ahasveros (Est. 1:14) [ ? ]

verwant: Hebreeuws (transcriptieversie): Karsjena [ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-