Kedosjiem

afbreking: Ke·do·sjiem [ ? ]
  [uitspraak: Kədosjiem] [ ? ]
herkomst: Hebreeuws [ ? ]
letterlijk: 'heilig';  

  woord uit het begin, tevens naam van de perikoop Wajikra 19:1-20:27 [ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-