Kehatiet

afbreking: Ke·ha·tiet [ ? ]
lidwoord: de  
meervoud: Ke·ha·tie·ten  
herkomst: Hebreeuws-Nederlands (gangbare versie) [ ? ]
letterlijk: afleiding van 'Kehat';  

  nakomeling van Kehat(2), lid van het Levietengeslacht van de Kehatieten (15x: Num. 3:27 +, Joz. 21:4 +, 1 Kron. 6:18 +, 2 Kron. 20:19 +) [ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-