kehillo

afbreking: ke·hil·lo [ ? ]
  [uitspraak: kəhillo] [ ? ]
lidwoord: de  
meervoud: ke·hil·lous
[uitspraak: kəhillous]
 
herkomst: Asjkenazisch Hebreeuws [ ? ]

  joodse gemeente [ ? ]

verwant: Hebreeuws: kahal, kehila;
Jiddisj: kaal, kehille, kille
[ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-